Dit Deel 3.
Dit is de klassieke "dodehoeksituatie".
De motorrijder bevindt zich in een gebied aan de zijkant van de auto die de automobilist niet kan zien.
Om een aanrijding te voorkomen wanneer de auto van rijstrook verandert of om een aanrijding te vermijden, moeten Motorrijders reageren.
Als er nog voldoende ruimte beschikbaar is, kan hard remmen erger voorkomen.
Als dit niet het geval is, is een uitwijkmanoeuvre vereist
Soorten ongevallen en oorzaken.
Inhaalincidenten doen zich niet alleen voor op kruispunten, maar ook bij ingangen (tankstations, parkeerplaatsen).
Aan de zijkant achter de auto zit de motorrijder in de dode hoek, die door de achteruitkijkspiegel niet wordt gevangen.
De chauffeur vergeet over de schouder te kijken het knippersignaal wordt vaak weggelaten.
Toen het ongeluk gebeurde
Er zijn twee verschillende processen te onderscheiden:
|
1.De motorrijder rijdt op een tweebaansweg naast of opzij achter een auto.
De bestuurder lijkt de motorrijder niet opgemerkt te hebben, maar het kan zo zijn dat hij niet in de de dode hoek kijkt, wanneer hij op het punt staat van rijstrook te veranderen.
De motorrijder denkt niet, dat hij dat hij in deze positie is niet zichtbaar is voor de bestuurder in de achteruit kijk spiegel.
Daarom is hij verrast door de manoeuvre van de automobilist.
|
![]() |
|
2.De bestuurder herkend de eerstvolgende mogelijkheid om af te slaan, te laat (b.v linker voorsorteer vak).
Zonder om op de motorrijder te letten, gaat hij in een keer naar links. |
|

In deze situatie haalt de automobilist een andere in voertuig en botst met een tegemoetkomende motorrijder.
Dit gebeurt meestal op rechte weg.
Er vinden echter ook frontale botsingen plaats in bochten in plaats van wanneer de bestuurder zich in de rijstrook van de
motorrijder rijdt in tegenovergestelde richting
Soorten ongevallen en oorzaken !!
|
Dit type ongeval komt vooral voor op landelijke wegen buiten de bebouwde kom.
De volgende processen zijn typisch:
1. Frontale botsing tijdens het inhalen.
Voor de motorrijder komt in dit geval de inhaal manoeuvre totaal als een verrassing.
Er zijn geen aanwijzingen dat hij het dreigend gevaar eerder zou kunnen herkennen.
De auto bestuurder ziet de motorrijder over het hoofd of schat zijn snelheid verkeerd in.
Hij schat ook de benodigde afstand verkeerd nog in om in te kunnen halen.
2. Frontale botsing in de bocht.
In een rechtse of linkse bocht kan een automobilist niet op zijn eigen weghelft blijven, of snijdt de bocht af.
De auto komt soms gedeeltelijk op de verkeerde rijstrook, waar hij is met botst met de motorrijder.
Als de aanrijding rakelings langs de zijkant van de auto is, wordt de motorrijder iets weg geduwd.
In dit geval kan dit dat de motorrijder valt, of botst hij tegen een hindernis aan de kant van de weg.
Kenmerkend voor beide soorten ongevallen: Er is geen indicatie van het gevaar of kon op tijd worden herkend. |
![]() ![]() |



Fijn motorweekend gewenst en "rijveilig”!!!
Tinus Stroosma




